De Armeense genocide (Armeens: Հայոց Ցեղասպանութիւն), door Armeniërs traditioneel aangeduid met Medz Yeghern (Armeens: Մեծ Եղեռն, “Grote Misdaad”), is de naam voor de volkerenmoord gepleegd op tussen de 1 en 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk ten tijde van het regime van de Jonge Turken. De startdatum is 24 april 1915, de dag dat de Ottomaanse autoriteiten ongeveer 250 Armeense intellectuelen en leiders van de gemeenschap in Constantinopel hebben opgepakt en gearresteerd. De genocide werd tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in twee fases uitgevoerd: het grootschalig doden van de weerbare mannelijke bevolking door middel van massamoord en onderwerping van het leger van dienstplichtigen tot dwangarbeid, gevolgd door de deportatie van vrouwen, kinderen, ouderen en zieken die op dodenmarsen moesten tot de Syrische woestijn. De gedeporteerden werden verstoken van voedsel en water en onderworpen aan diefstal, verkrachting en moord. Ook andere inheemse en christelijke etnische groepen werden op dezelfde wijze gericht uitgeroeid door de Ottomaanse regering. Zo spreekt men ook van de Assyrische genocide en de Griekse genocide.

De Armeense genocide wordt gezien als een van de eerste moderne genocides, omdat geleerden wijzen op de georganiseerde wijze waarop de moorden op de Armeniërs werden uitgevoerd, en het is de tweede meest bestudeerde geval van genocide na de Holocaust.

Robert Fisk stelt in zijn boek “De grote beschavingsoorlog” dat de Armeense genocide een voorloper van de Holocaust was, waarbij ook enkele Duitsers betrokken waren. De nazi’s zouden deze uitroeiings- en verzwijgingstactieken enige decennia later opnieuw toepassen. Winston Churchill waarschuwde herhaaldelijk tegen deze praktijken: “De geschiedenis zal vruchteloos speuren naar het woord ‘Armenië’.” Een deel van de historici, inclusief verschillende Turkse historici, zoals Taner Akçam, Fatma Muge Gocek en Halil Berktay en de vermoorde Hrant Dink, zijn het over het algemeen eens dat een genocide plaatsvond. Een ander deel van de historici, waaronder enkele Westerse historici die gespecialiseerd zijn in de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk zoals Bernard Lewis, Justin McCarthy en Gilles Veinstein, houden het bij deportatie en massamoord van Armeniërs, waarbij vaak etnische zuivering wordt erkend. Echter vinden zij het niet uitermate afwijken van andere totalitaire oorlogsituaties, en het niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Holocaust. De internationale discussie richt zich vooral op wat de precieze definitie van genocide is en wie in deze bepaalt dat ze hier daadwerkelijk van toepassing is.

Turkije, de staat die het Ottomaanse Rijk opvolgde, ontkent dat het woord genocide een goede term is voor de massamoord op Armeniërs die in 1915 begon onder de Ottomaanse heerschappij. In Turkije wordt de genocide dan ook vaak de Armeense kwestie genoemd. Andere landen hebben de massamoord officieel erkend als genocide, een standpunt dat wordt gedeeld door de meeste genocide geleerden en historici.

ArmeenseGenocide